Media-analist Victor Vlam is scherp over de formatie: het nieuwe minderheidskabinet zou grote groepen kiezers negeren en de kloof tussen verkiezingsuitslag en politieke macht vergroten. Wat speelt er precies — en waarom barst het vertrouwen in de politiek nu al?
Formatiebreuk of politieke rekentruc: wat is er aan de hand?
De formatie tussen D66, VVD en CDA eindigde in een verrassende keuze: een kabinet zonder meerderheid in de Tweede Kamer. In plaats van extra partners aan boord te halen, gaat dit drietal verder met een fragiele constructie die per onderwerp steun zal moeten zoeken. Deze aanpak oogt op papier pragmatisch, maar roept volgens analist Victor Vlam serieuze vragen op over representatie en legitimiteit.
Op het eerste gezicht heeft dit stappenplan iets rationeels: minder gedoe in de onderhandelingstafel, meer snelheid bij beslissingen. Maar juist die schijnbare efficiëntie kan in de politieke praktijk anders uitpakken, omdat compromissen per dossier weer nieuwe onenigheden kunnen oproepen.
Vlam sloeg in talkshowland een kritische toon aan en noemde de formatie ronduit een middelvinger naar de kiezer. Zijn kritiek draait niet alleen om politieke smaakverschillen, maar om de vraag of de uitkomst van verkiezingen nog wel terug te vinden is in de machtsverdeling. Die vraag is nu ineens heel concreet, omdat grote rechtse blokken niet in het kabinet zitten.
Waarom rechtse kiezers zich buitengesloten voelen
Een van Vlams scherpste punten is dat partijen rechts van de VVD gezamenlijk tientallen zetels vertegenwoordigden, met stemmen voor PVV, JA21 en Forum voor Democratie. Die stemmen zijn niet weg: ze zitten in de Kamer en verwachten vertegenwoordiging. Volgens Vlam worden die kiezers nu genegeerd door een kabinet dat juist richting midden leunt.
Het uitsluiten van die formatiepartners geeft niet alleen politiek ongemak, maar werkt ook sociaal door: kiezers voelen hun zorgen en prioriteiten niet terugkomen in het beleid, en dat zet zoden aan de dijk voor wantrouwen. Het gaat dus niet alleen om zetels, maar om erkenning van zorgen die voor veel mensen heel reëel zijn.
Het gevolg is een groeiend ongenoegen in delen van het electoraat die wezenlijke veranderingen wilden: minder migratie, minder Europese invloed en een ander klimaatbeleid. Het weglaten van JA21 uit de formatie wordt door veel rechtse achterban gezien als een expliciete afwijzing, en dat voedt het gevoel dat stemmen weinig invloed hebben op wie uiteindelijk het land bestuurt.
Migratie en beleid: blijft er iets veranderen?
Migratie is een heet hangijzer in dit hele verhaal. Vlam benadrukt dat immigratie voor veel Nederlanders hoog op de agenda staat, maar hij betwijfelt of het nieuwe kabinet echte stappen gaat zetten die aanslaan bij die zorg. In plaats van stevige hervormingen voorziet hij voortzetting van bestaande lijnen, met nadruk op klimaatmaatregelen en nauwere Europese samenwerking.
Het risico van een minderheidskabinet is dat lastige dossiers zoals migratie worden weggedrukt tot het moment dat politieke ruimte voor daadkracht schaars is. Daardoor kunnen maatregelen die op papier ambitieus klinken in de uitvoering verwateren, juist omdat tijdelijke meerderheden niet altijd duurzame steun bieden.
Dat baart zorgen omdat die thema’s juist de punten zijn waarop veel rechtse kiezers kritisch zijn. Als beleid vooral de bekende paden volgt, ontstaat er volgens Vlam een kloof tussen de verlangens van de kiezer en wat beleidsmakers leveren. Dat maakt teleurstelling en wantrouwen alleen maar groter.
Rob Jetten: bruggenbouwer of camerapraatje?
Vlam richtte ook scherpe woorden op Rob Jetten, die tijdens de campagne volgens hem nadrukkelijk openheid toonde naar ‘rechtse ideeën’. Die toon lijkt nu volgens Vlam verdwenen, nadat JA21 niet werd uitgenodigd in het kabinet. Voor Vlam komt dat over als politieke retoriek versus praktijk: campagnebeloften over bruggen bouwen blijken in de formatie niet terug te zien.
Het beeld van een bereidwillige bruggenbouwer die zodra de camera’s verdwijnen toch terugkrabbelt, kan het vertrouwen in persoonlijke politieke beloften schaden. Kiezers letten steeds meer op consistentie tussen woorden en daden, en cynisme groeit wanneer die lijn ontbreekt.
Dit soort voorbeelden versterken het sentiment dat politici anders spreken in campagnes dan ze handelen in coalitiebesprekingen. Voor kiezers die hoopten op een nieuw geluid kan dat voelen als verraad, zeker wanneer luisterbereidheid enkel in verkiezingstijd zichtbaar was.
Minderheidskabinet: risico voor stabiliteit of kans op inhoudelijk debat?
Minderheidscoalities zijn zeldzaam in Nederland en brengen zowel risico’s als kansen met zich mee. Het kabinet moet bij elk groot besluit steun buiten de eigen gelederen zoeken, waardoor begrotingen, migratieafspraken en internationale dossiers kwetsbaar kunnen worden. Tegenstanders, zoals Vlam, zien dat als onvoorspelbaar en destabiliserend.
Toch zou dit systeem theoretisch de deur kunnen openen voor pragmatische meerderheden rond concrete voorstellen, waardoor onderwerpen los van partijpolitieke hokjes worden besproken. In de praktijk vraagt dat wel veel politiek vakmanschap en bereidheid om risico’s te delen, iets wat niet vanzelfsprekend is.
Voorstanders beweren juist dat zo’n constructie meer ruimte biedt voor debat en afstemming, omdat partijen onderwerpen per dossier moeten uitonderhandelen met tijdelijke meerderheden. Vlam gelooft daar echter weinig van: hij verwacht vooral veel gepolder en weinig daadkracht. Die verwachting schetst een kabinet dat meer bestuurt op de rem dan op het gaspedaal.
Wat betekent dit voor het vertrouwen in de democratie?
De kern van Vlams waarschuwing raakt aan een breder maatschappelijk probleem: wantrouwen richting politiek neemt toe wanneer kiezers het gevoel krijgen dat hun stem het beleid niet bepaalt. Als grote electorale blokken structureel buiten invloed blijven, groeit het idee dat verkiezingsuitslagen niet leiden tot evenredige politieke vertegenwoordiging.
Als dit sentiment zich verankert, zijn de gevolgen niet alleen electoraal zichtbaar, maar ook zichtbaar in hoe mensen politiek participeren: minder betrokkenheid bij burgerinitiatieven, minder opkomst bij lokale beslissingen en meer scepsis over instituties. Zulke subtiele verschuivingen bouwen langzaam maar zeker aan een andere democratische cultuur.
Dat gevoel kan op termijn schadelijker zijn dan een onpopulaire maatregel: het kan leiden tot apathie, proteststemmen of verdergaande polarisatie. Voor Vlam is de formatie daarom niet slechts een technisch akkoord; het is een signaal richting kiezers over wie er werkelijk mee mag beslissen.
Wat kunnen we verwachten de komende maanden?
De volgende maanden worden cruciaal. Als het kabinet erin slaagt om met wisselende meerderheden beleid door de Kamer te loodsen en tegelijkertijd zichtbaar te luisteren naar grote zorgen zoals migratie, kan het beeld misschien gekanteld worden. Als dossiers echter stuklopen of gevoelig beleid wordt doorgeschoven, verwacht Vlam dat onvrede snel oploopt.
Belangrijk wordt ook de communicatiestijl: heldere uitleg waarom bepaalde keuzes worden gemaakt kan het gevoel van uitsluiting temperen, terwijl wollige taal of het doorschuiven van lastige beslissingen dat gevoel alleen maar versterkt. De kunst ligt in zichtbaar handelen zonder de illusie van volledige consensus te beloven.
Kortom: de formatie heeft de toon gezet. Of dit minderheidskabinet het vertrouwen kan herstellen of juist verder ondermijnt, hangt af van concrete daden, heldere communicatie en de mate waarin burgers zich serieus vertegenwoordigd voelen.
Voor nu staat één zin van Vlam symbool: veel Nederlanders ervaren deze uitkomst als een middelvinger naar de kiezer — de komende tijd zal uitwijzen of die indruk kan worden weerlegd.
FAQ
Wat is een minderheidskabinet precies?
Een minderheidskabinet heeft geen absolute meerderheid in de Tweede Kamer en moet per wetsvoorstel steun zoeken bij andere partijen. Dat maakt besluitvorming onvoorspelbaarder en afhankelijk van wisselende coalities.
Waarom voelt een deel van de kiezers zich buitengesloten?
Als grote electorale blokken niet in het kabinet zitten, zien hun kiezers hun stemmen niet terug in regeringsbeleid. Dat wekt het gevoel dat verkiezingsuitslagen niet volledig worden weerspiegeld in politieke macht.
Kan een minderheidskabinet ook voordelen hebben?
Ja: het kan dwingen tot pragmatische, dossiergerichte samenwerking en tijdelijk brede meerderheden vormen. In de praktijk vereist het echter veel politieke vaardigheid en kan het leiden tot meer gepolder en minder daadkracht.
Bron: TrendyVandaag



